De besluitvorming

De uiteindelijke besluitvorming zal een samenspel zijn van politiek, juridische procedures, en publieke opinie.

 

Het politieke spel

Wie zijn er allemaal betrokken bij deze plannen?

  • Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) als belanghebbende, als initiatiefnemer en uitvoerder van mijnbouwwetgeving, als bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen, en als toezichthouder (via SODM). EZK heeft dus vele petten op, en heeft veel contact met Vermilion maar ontkent dat dit de laatste 8 jaar over het Papekopveld is gegaan.
  • De Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) die geologische risico’s inhoudelijk beoordeelt.
  • De Tweede Kamer in de rol van volksvertegenwoordiger en controleur van de regering. De meerderheid (in de coalitie) bepaalt het beleid en de aanpassingen daarin.
  • De Eerste Kamer blijkt voor een gasdossier vooral de belangen te behartigen van de industrie. Hierdoor kunnen we van hen bij de komende wijziging van de Mijnbouwwet (Groningen en beleid kleine gasvelden) weinig positiefs verwachten.
  • De provincies Utrecht en Zuid-Holland hebben een adviesrol bij het voorgenomen instemmingsbesluit. Deze rol is nieuw sinds de nieuwe Mijnbouwwet van 2017. Hun advies kan echter gemotiveerd terzijde worden geschoven.
  • De gemeente Woerden heeft eveneens adviesrecht. De gemeenteraad was en is unaniem tegen gaswinning.
  • Het Waterschap heeft zich publiekelijk uitgesproken tegen olie- en gaswinning in verband met bodemdaling. Iedere cm is er een teveel. De kosten die met extra waterberging zijn gemoeid (per cm) zijn niet bekend.
  • Drinkwaterbedrijf Oasen heeft een indicatie afgegeven van extra kosten voor een zuiveringsinstallatie in geval van watervervuiling.
  • Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is niet actief betrokken, maar wel verklaard tegenstander van gaswinning.
  • De Raad van State zal bestuursrechtelijk uitspraak moeten doen als EZK bezwaren terzijde zou schuiven. Jurisprudentie leert dat dit in principe slechts procedureel wordt getoetst zodat hooguit sprake is van uitstel maar geen afstel. Bij inhoudelijke toetsing van bezwaar, zoals door gemeente Oppenhuizen na het inbrengen van contra-expertise, werd EZK toch in het gelijk gesteld.
  • De Nationale Ombudsman is de aangewezen persoon om gevallen van onbehoorlijk bestuur (zoals terzijde schuiven van bezwaren lagere overheden en burgers) bij de minister aan te kaarten. Hij kan echter geen verandering van beleid afdwingen.
  • Milieudefensie is landelijk actief in het verweer tegen gaswinning. Zij zijn vooral gericht op het organiseren van protestacties maar hebben ook een coördinerende rol tussen alle betrokken gemeenten via het "Tegengas" initiatief. 

Het uiteindelijke besluit ligt bij het kabinet en minister Wiebes, die in principe alle adviezen kan negeren.

 

Wat vrezen wij?

Waarom zijn wij -en zoveel andere actiegroepen, gemeenten en provincies- zo sterk tegen gaswinning? Hier zijn een aantal redenen en risico's:

  • Extra bodemdaling onder een woonwijk met 10.000 inwoners
  • Bodemtrillingen in slappe veengrond
  • Bodem- en drinkwaterverontreiniging
  • Waardedaling van woningen en bedrijfspanden
  • Aantasting van onze leefomgeving
  • EZK en Vermilion worden niet aansprakelijk gehouden voor schades, tenzij de gedupeerde kan bewijzen dat dit veroorzaakt is door gaswinning
  • Verlies aan draagvlak voor de transitie naar duurzame energie

Onze vrees is niet ongegrond. Zo zijn de beschikbare onderzoeken over de gevolgen van gaswinning veelal verouderd, slecht toepasbaar, of opgesteld met het doel van exploitatie van het gasveld. Het risico van gaswinning in slappe veengrond (met toch al aanzienlijke autonome bodemdaling) is onvoldoende onderzocht.

 

In Groningen en andere gemeenten is het risico van bodemdaling door de energiesector altijd afgewimpeld en we kennen allemaal de afloop van dit verhaal.

 

Bovendien is EZK niet transparant over haar contacten met Vermilion: een WOB procedure die wij zijn gestart om EZK te dwingen haar correspondentie te openbaren wordt al 14 maanden lang getraineerd en is nu een lopende rechtszaak.

 

De baten en lasten

Wie zou profiteren van gaswinning, en wie draagt de lasten?

 

Het Papekopveld bevat naar schatting 1 miljard kuub gas, ofwel een bruto omzet van €150 miljoen. Na aftrek van operationele kosten gaan de winsten van zo'n €50 miljoen naar de staatskas en Vermilion. Vermilion keert haar volledige winst uit als dividend aan Canadese en Amerikaanse aandeelhouders, en houdt nauwelijks reserves aan. De lokale werkgelegenheid is minimaal. Niets komt in de Woerdense gemeenschap terecht.

 

De lasten vallen daarentegen volledig in de Woerdense gemeenschap en die schatten wij als volgt in:

  • €100 miljoen: waardedalingen onroerend goed
  • €25 miljoen: reparatie van schade aan onroerend goed
  • €20 miljoen: zuivering extra vervuiling grondwater
  • €20 miljoen: compensatie extra uitstoot CO2
  • €10 miljoen: extra voorzieningen en onderhoud infrastructuur

Inwoners dreigen individueel schade te ondervinden die vrijwel niet te verhalen is, zoals blijkt in Groningen. Ondernemers lopen een nog groter risico omdat de aansprakelijkheid voor schade in de Mijnbouwwet en Burgerlijk Wetboek zich alleen op private personen richt.

 

Als één en dezelfde partij zowel de opbrengsten en lasten zou moeten dragen, is het netto resultaat veruit negatief. Dit zou leidend moeten zijn in de besluitvorming, maar dat is helaas niet zo. Alleen als de lasten worden afgewenteld op de lokale samenleving, is dit "winstgevend " voor EZK en Vermilion. Ja, dat leest u goed!

 

Lees meer over onze aanpak.